Amenra

20th Anniversary, The Building of the Free Church. Paradiso Amsterdam 2019

Zoals verschenen op Never Mind the Hype. Tekst & Interview (drieluik) Steven Gröniger.

Met fotos van Jeoren Myle, Maarten Kinet en Maaike Ronhaar.

Deel 1: de waarachtige schoonheidsbeleving van de zielenpijn en haar genezende krachten

Tekst: Steve Gröniger

Verschenen op www.nmth.nl

Tekst: Steve Gröniger

Fotografie Deel 1 Jeroen Mylle

 

 “A man can’t soar too high, when he flies with his own wings.”

― William Blake

September 24, 2019


Dit is deel 1 van een drieluik. Lees ook deel 2 en deel 3!

Tekst: Steve Gröniger  //   Fotografieserie: Jeroen Mylle

Met dank aan het Museum voor Schone Kunsten, Gent

DE AANLOOP

In het laatste weekend van september viert Amenra van de 27ste tot en met de 29ste het twintigjarige jubileum in Paradiso en Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam. De band uit Kortrijk pakt groots en meeslepend uit met een gecureerd programma dat volledig is gevormd naar het artistieke spectrum van de band. Langs unieke performances, exposities en een avondvullend programma ‘The Building of the Free Church’ in Paradiso op de zaterdag, waar bevriende bands Alcest, Lingua Ignota, Treha Sektori, Year Of The Cobra en Bossk mede acte de présence zullen geven. Een dag ervoor vindt ‘A night by Colin H. Van Eeckhout’ plaats in De Brakke Grond, met onder andere broeder Dieleman en Onmens, ‘ expositie de Beeldenstorm’, ‘This Kind of Bird Flies Backwards’, een post-metal-dance performance met Natalie Pieczuro én ‘The Pain of Others’, met filosoof en theatermaker Peter Aers. Dat is op voorhand een tamelijk waarachtig breed en rijk programma mogen we wel stellen. Aanleiding genoeg ook om in gesprek te gaan met de band.

PROLOOG

In aanloop naar een mogelijk artikel vroeg de hoofdredacteur ‘Als je Amenra in het kort samen moest vatten, hoe zou je dat dan doen?’. Mijn initiële antwoord in deze was iets in de trant van ‘Een lantaarn die de pijn doet verlichten, en tegelijkertijd de ziel confronteert met de serene genezende schoonheid van de donkere schaduw die wordt opgeworpen’. Het was een late avond, en misschien had ik al een paar neutjes op die de zweem van melancholie tamelijk deden versterken, maar het was toch vooral een pure gedachtenimpuls die zich zonder verdere overdenking meester van mij maakte en gevoelsmatig de spreekwoordelijke spijker op zijn kop ramde. In  een creatieve bui opperen we het idee om de band voor een fotoreportage naar een galerie of museum te lokken om vanuit de beleving daar een artikel op te bouwen. Helaas sneuvelt dit idee omdat volgens een museummevrouw ‘de uitstraling van ons platform niet zou passen bij het deels religieuze karakter van de tentoongestelde kunst’… Gelukkig zijn de band en het Museum van Schone Kunsten in Gent een pak ruimdenkender. Zo kunnen we onder auspiciën van Amenra het museum in voor een reportage en daarnaast een opzichzelfstaand interview houden met frontman Colin H van Eeckhout.

DE VERLOREN ZOON

Hoe was het in het museum?

Ja, mooi, inspirerend wel. In onze streek zijn er momenteel veel herdenkingen omtrent de oude meesters; we zitten nu in het jaar van Bruegel en volgend jaar is het jaar van Van Eyck, waarbij er ook veel sociale activiteiten plaatsvinden met muziek en bands die met dat thema spelen. Momenteel zenden ze enkele docu’s uit op Canvas waar onder andere Mathieu Vandekerckhove, onze gitarist, de score voor verzorgd en verder zijn we als band met een nog aantal plannen bezig rondt dat thema.’

In de prachtige fotoserie die is geschoten door Jeroen Mylle valt mij één beeld direct op door de indringendheid ervan. Het is een foto van De verloren zoon van Constantin Meunier, waar Colin geïntrigeerd en in gedachten verzonken naar de rug van het beeld staat te kijken.

‘Dat is sowieso mijn favoriete beeld. Ik vind het ook een heel mooi beeld van langs achter bekeken, daar zie je eigenlijk alleen de rug en kun je niet goed zien wie er nu eigenlijk omhelst. Ook in het algemeen het beeld van de tengere oude man in deze situatie zo. Qua thematiek is het ook iets natuurlijk wat past bij ons als band en het verhaal dat wij willen vertellen.’

COLIN H VAN EECKHOUT, FRONTMAN VAN AMENRA

De eerste vraag die ik wil stellen is misschien wel de meest lompe die ik mij kan bedenken. Ik bedacht mij ineens een vulgaire wijsheid van enfant terrible van de muziekjourno’s Lester Bangs, die stelde dat je moest openen met de meest mogelijk overvallende kutvraag, zodat je daarna altijd vragen kon stellen die minder kut zouden zijn, maar de boel dus gedurende het interview op geestelijke scherpte van beide partijen verbleef. Of ja, je interview is subiet ten einde, natuurlijk…

Hoe is het om anno nu Colin H van Eeckhout te zijn, de frontman van Amenra dat 20 jaar bestaat?
‘Boeiend. Dat is het eerste woord dat in mij opkomt. En verder heel leerrijk ook; door de vele ontmoetingen die ik heb met mensen, de vele samenwerkingen en de vragen die aan mij gesteld worden, zoals ook in interviews bijvoorbeeld: als je zo hard verplicht bent om over alles na te denken en te duiden dan kom je vaak tot interessante inzichten over wie jezelf bent en over wat jou maakt als persoon.’

De begrafenis van een trappist Constantin Meunier, foto Jeroen Mylle

Voelt dat ook als een verplichting?

‘Ik vind het eigenlijk vanzelfsprekend en gewoon wel. Ik zie in die zin ook niet tegen interviews en dergelijke op: Als het gesprekken zijn met mensen die wat diepgaander zijn en die een zekere basis intellect bezitten valt dat heel goed mee en kan dat dus echt heel interessant zijn. Maar ja, Colin van Eeckhout. Eigenlijk is het heel eigenaardig hoe het allemaal gelopen is…’

Wat maakt het eigenaardig? Is dat gesproken vanuit hoe de band eigenlijk zonder idee ooit is begonnen en waar jullie nu inmiddels staan?

‘Ja, we zijn begonnen als jonge tieners die eigenlijk iets zochten wat cool was om te doen en in ons geval was dat in een band spelen en skateboarden et cetera. Gaandeweg evolueer je als groep en mens en door omstandigheden en tegenslagen hebben we ingezien dat die muziek toch wel iets heel krachtigs kon zijn en een zekere helend karakter had. Daar zijn we uiteindelijk steeds harder op verder gegaan, en zo ver mogelijk in gegaan als we kunnen.

Waar kwam hierin als band het omslagpunt in het grotere bewustzijn dat het werkte wat jullie deden?

‘Eigenlijk door de verschillende dynamiek rond de personen binnen de band. Zeker voor mij als zanger van de band geldt; ik giet het gevoel in woorden en wordt daarmee een ogenschijnlijk een soort moderator van het gebeuren, terwijl de muziek op zichzelf en abstracter blijft voor een deel, is het de zang en de tekst die de geest aanjaagt. Het keerpunt om dit te kunnen doen kwam in mijn geval toen ik begin twintig na een ziekbed van zes maanden mijn vader verloor. Dit veranderde voor een groot deel mijn kijk op het leven en de wereld: ik ging van een redelijk beschermde jeugd naar ineens een versnelling of wat hoger op moeten schakelen richting volwassenheid. In mijn ogen kwam daar het keerpunt in het spirituele karakter van de band: de teksten kwamen opeens heel dicht op mijn huid, oprecht en eerlijk. Eigenlijk had ik pas vanaf toen een echt verhaal te vertellen. ‘

Is dat daarmee dan ook het moment van het oprecht kunnen loslaten van bullshit en je ongeremd zelf durven en kunnen zijn?

‘Nou ja, het was sowieso al een vooropgesteld doel om de clichés te vermijden van een bepaalde scene waarin je fungeert als band, of over dezelfde zaken te zingen en bepaalde thema’s te herhalen en dergelijke.’

Dus er was nergens überhaupt een noodzaak te conformeren aan een vooropgesteld clichématig beeld?

Als het je keuze is kun je altijd conformeren, maar ik zag daar het nut niet van in. Ik hechtte teveel waarde aan het medium muziek daarvoor. Ik had het gevoel ‘daarvoor is dit niet voor bedacht, er schuilt veel meer in dit artistieke gegeven muziek dan wij hier nu uit putten en laten we daar vooral op naar opzoek gaan in plaats van het oppervlakkig te houden.’ ‘Ik heb het geluk dat mijn mede-bandgenoten, die voor 95% instaan voor alles wat muziek is, het belang dat ik eraan hechtte inzagen en respecteerden en mij blindelings wilden volgen in welke richting we inhoudelijk gingen. We zijn altijd beste vrienden geweest, dat zijn we nog altijd, en dat zorgt voor een zekere en dikkere magie in ons bestaan als band.’

Zijn ze in zekere zin ook een redding geweest in jouw leven?

´Zeker. Zij hebben zonder meer zin gegeven aan mijn leven. En zeker nu, na zoveel jaren, te merken dat er een groot aantal mensen is die ons volgt en energie en kracht kan putten uit wat wij doen; dat is een heel mooi iets om deel van te mogen uitmaken en aan mee te mogen werken. Sowieso is het menselijke karakter en het functioneren van onze samenwerking  een hoofdkenmerk die een zekere magie in zich dragen en in essentie wij ook willen uitdragen als Amenra.´

Ondanks, of misschien dankzij, de zware lading en emoties die naar voren komen in de muziek, heeft jullie muziek voor veel mensen een buitengewoon helende werking. Hoe is het om te ervaren dat de veelal direct persoonlijke pijn die je hebt vertaalt naar muziek op veel mensen een diepe impact heeft in troostende en helende zin?

‘Verbazend is een slecht woord, maar dat hadden we eigenlijk nooit van te voren zien aankomen, noch dat we doelbewust dachten dat wij dat vermogen in ons hadden. We werkten vooral aan muziek die voor ons zijn werk deed en waarin we ons gevoel een plaats konden geven, hierin hadden we nooit kunnen vermoeden dat dit zich op zo’n manier zou kunnen gaan vertalen naar een erkennend gevoel bij andere mensen. Op dat moment wordt je positie als band zijnde ook belangrijker en je wilt dat ook met respect gaan invullen: de muziek krijgt een functie die niet alleen uzelf dient, maar ook anderen mensen. Niet in de zin als voorbeeldfunctie zijnde verder, maar je merkte wel dat er in de bewustwording ervan er bij ons naar mensen toe een bepaalde verantwoordelijkheid ontstond. Uiteindelijk wil je er daardoor nog meer je best voor gaan doen.’

Wat doet het dan met je als je bemerkt dat deze pijn iets is wat bij de mensen die jullie muziek luisteren oprecht leeft en voor een dusdanige manier erkenning zorgt?

‘Achteraf bekeken, langs interviews door de jaren heen en daarover verder na te denken en te analyseren, is dat eigenlijk wel een logisch gegeven dat die pijn breed gedragen wordt. In ieder geval  die zin dat iedereen op een bepaald moment in het leven geconfronteerd wordt met een substantiële pijn die moet worden gedragen en waarvoor vervolgens een plek moet worden geven in het leven: op enig moment wordt iedereen wel een keer op de knieën gedwongen en is de pijn die verwoord wordt in de muziek eigenlijk een universeel gegeven. Ik zeg vaak tegen mensen die op dat moment niet snappen wat wij doen het ooit wel gaan snappen. Je moet ergens geleden hebben, of nog lijden, om te kunnen herkennen en erkennen wat wij doen, denk ik. Iedereen heeft het volste recht om wat te vinden van wat wij doen, en natuurlijk begrijp ik dat je moeite moet doen bij ons, zeker als ‘metalband’ zijnde, maar ik denk dan ook: ‘ooit valt z’n Frank wel’.’

En over de mensen waarbij het muntje wel gevallen is, voel je daar een verantwoordelijkheid over?

‘Eigenlijk wel. Ik heb zelf heel veel gehad aan bepaalde muziek, of een bepaald nummer, die aan mij groeide, onderdeel van mij werd en op dat moment haast voelde alsof de muziek bijna voor mij persoonlijk geschreven leek. Wanneer deze artiest dan de bijvoorbeeld een kill switch omhaalde, of 180 graden draaide met de muziek, of in het geheel besloot compleet anders te zijn, dan had ik daar gevoelsmatig veel moeite mee en voelde mij dan zelfs een soort van bedrogen. We hebben met Amenra nooit veel willen veranderen, want ons verhaal is ons verhaal en dat is wat wij willen uitdragen, maar naast dat het niet voor ons is om ineens van stijl te veranderen omdat iets ‘hip en trendy’ of wat dan ook is, vermoed ik verder dat wij in dezelfde beleving fungeren en een waardevolle band hebben met mensen op eenzelfde manier die ik met sommige artiesten en muziek had. Daarmee ervaren wij inderdaad ook een zeer zekere verantwoordelijkheid om deze mensen niet te willen teleur te stellen. Daarbij hebben we ook diverse zijprojecten om andere artistieke uitspattingen in kwijt te kunnen.‘

Dit is deel 1 van een drieluik. Lees ook deel 2 en deel 3

Dit interview is gehouden in het kader van ‘Amenra viert twintigjarig bestaan met driedaags programma in Paradiso en De Brakke Grond’.

Deel 2: de waarachtige schoonheidsbeleving van de zielenpijn en haar genezende krachten

 

 “When I tell the truth, it is not for the sake of convincing those who do not know it, but for the sake of defending those that do.”
  ― William Blake

September 25, 2019


Tekst: Steve Gröniger  //   Fotografieserie: Jeroen Mylle

Met dank aan het Museum voor Schone Kunsten, Gent

DE MENSELIJKE DRIFTEN

Een deel twee dus. Welnu, gezien de aanleiding, omstandigheden en de waarde van het gesprek an sich is het verder een kwestie van niet tekort willen doen aan ’20 jaar Amenra’. Wanneer je dus ’in gesprek’ gaat met deze wereld en die wereld induikt, is er geen ontkomen aan dat je geconfronteerd wordt met de bloedingen van het eigen onvermogen in het streven naar een vorm van perfectie. Tijd voor het tweede deel van het interview, omlijst door de fotografieserie van Jeroen Mylle.

In de twintig jaar dat Amenra nu bestaat is het een wezenlijk onderdeel geworden van jullie leven en wie jullie zijn als mensen. Ik las dat wat jullie betreft de overtuiging er is dat de muziek tot in het einde der tijden mag bestaan, en wanneer Amenra zou stoppen de leegte in jullie leven van een te grote orde zou zijn.

‘Ja, ik denk van wel. Omdat ik ook vind dat wat wij doen eigenlijk iedereen toebehoort. De muziek die wij maken raakt universele thema’s die eigenlijk al sinds het begint der mensheid werden aangewend, of je het nu hebt in het opzicht van muzikaal, tribaal, ritueel, et cetera. Ergens werken wij met het essentiële spirituele van het menselijk discours. Dat bewustzijn heeft zich gaandeweg meer en meer in onze muziek genesteld, maar het is dus niet van ‘ons’. Het is meer een missie geworden die we dragen en zo goed mogelijk willen uitvoeren.’

Waar lag het specifieke moment qua bewustzijn dat Amenra groter was dan de som der delen?

‘Ik denk niet dat je kunt spreken van een specifiek moment, maar dat het geleidelijk aan meer iets is dat je overvalt en bij de verschillende bandleden op verschillende momenten zal hebben plaatsgevonden en een bepaald respect ook ervoor heeft afgedwongen. Ik geloof er inderdaad heel sterk in dat de som meer is dan de individuele onderdelen. Ook als je bijvoorbeeld kijkt naar verschillende zijprojecten (o.a. CHVE, Wiegendood en in het verleden veel vanuit het Church of Ra collectief – red.), dan zit er altijd wel iets intrinsieks in dat verbonden is met de geest van Amenra. Het zal nooit het bredere spectrum van Amenra specifiek bevatten, maar eenieder die er op zijn manier invulling aan geeft neemt daar toch een aandeel van mee in hetgeen wat hij doet.’

Is het hiermee zo dat Amenra leidend fungeert als gedachtenvader in het overkoepelend geheel van wat jullie doen?

‘Misschien niet zo sec gesproken dat dat het geval is bij alle leden van de verschillende projecten, maar ik denk dat de creatieve vaders ervan eenzelfde iets in zich dragen. Zeker als je het hebt over Church of Ra – waar we niet zo heel vaak meer wat mee doen -, is het vooral het aandeel van iedereen waaruit energie ontstaat en kracht kan worden geput in nieuwe samenwerkingen. Daarbij is het niet een verzameling van bands, maar vooral muzikanten, kunstenaars en dergelijk die samen die Church of Ra-wereld hebben opgebouwd en verder hebben doen groeien langs projecten die daaruit voortkwamen.’

In eerste instantie zag ik Amenra als de introverte kluizenaar die opgesloten met de schoonheid van zijn eigen pijn zijn werk doet, maar dat beeld lijkt – gezien de progressie van de voorbije jaren – steeds minder het geval te zijn door de openheid die jullie nu uitstralen en podia die jullie bestijgen.

‘Ik denk dat wij nog altijd die kluizenaar zijn, in die zin dat wij nog altijd onze eigen visie en aanpak hebben op alles. Wij hebben onze eigen agenda en proberen verder niet mee te draaien op de druk of verwachtingen die vanuit de muziekindustrie worden gelegd. Uiteindelijk doen we nog altijd zo goed als mogelijk ons ding, wat wel moeilijker en moeilijk wordt, maar we zijn daar nog altijd heel bewust mee bezig.’

Levert het dan niet veel spanningen en overdenkingen op om bijvoorbeeld ja te zeggen tegen de meer mainstream festivals, zoals bijvoorbeeld Lowlands en Pukkelpop, waar over het algemeen ‘jullie publiek’ niet aanwezig is, en om dan ineens die wereld binnen te vallen?

‘Nee, want eigenlijk zijn we dan weer bij waar we het al eerder over hadden; dat we vinden dat we met onze muziek iets aanraken dat in iedereen zit. Ik denk dat wij op een publiek van 15.000 man op een mainstream festival, waar 60% per ongeluk de tent komt binnen gewaaid bij wijze van spreken, als wij maar een klein deel van die mensen kunnen raken met wat wij doen, dan hebben we precies gedaan waar wij voor zijn gekomen. Natuurlijk kunnen wij niet een mens die daar puur is om zich te amuseren en een feestje te bouwen overtuigen van ons verhaal, maar daartussen lopen er ook mensen die misschien verloren rondlopen of pijn hebben en die herkennen zich misschien wel in het verhaal dat wij vertellen. Wij zijn er verder natuurlijk ook om de mensen op de hoogte te brengen van ons bestaan.’

Is het in die zin dan meer om gelijkgestemde zielen te vinden?

‘Ja, en mensen die we kunnen raken en waar we iets voor kunnen betekenen eigenlijk. Ieder podium dat ons aangereikt wordt en we mogen gaan beklimmen, daar gaan wij zoveel mogelijk ons uiterste best doen om van betekenis te zijn.’

Maar als je op welk podium dan ook zoveel van jezelf geeft, hoe behoud je dan je creatieve energie en hoe laad je weer op om met dezelfde overtuiging te kunnen blijven spelen en nieuwe muziek te maken

‘Je krijgt natuurlijk ook heel veel energie terug van publiek. Sterker nog, je krijgt zelfs het mooiste dat er is, en dat is zingeving. Dat is toch wel een heel waardevol iets, en in die zin krijg je dus heel veel terug. Het is ook onze identiteit gaan bepalen om in dat opzicht juist alles te geven op het podium, maar om dat te kunnen doen nemen we ook de tijd voor onszelf. Bijvoorbeeld dat we op dit moment nergens de behoefte hebben om te schrijven, of bezig te zijn met eventueel een ‘Mass VII’. Iedereen is oké momenteel en er is nergens drang om weer diep te gaan om een eerlijk verhaal op plaat te kunnen vertellen. Daarnaast hebben we zo onze eigen rituelen onder de radar die niet op social media en dergelijke verschijnen, of doen natuurlijk iets met zijprojecten. We vullen de tijd die we hebben op onze eigen manier in en van een reden voor een nieuwe Amenra-plaat is er op dit moment dus geen sprake.’

Dus geen last van de buitenwacht die graag nieuw materiaal zouden willen?

‘Natuurlijk zou het slim zijn om iedere twee jaar een nieuw album uit te brengen, want daarmee valt geld te verdienen en dan heb je weer een aanleiding om mee te kunnen gaan touren, maar zo werken wij niet . We zouden het kunnen doen, maar wat maken wij dan? We maken dan gewoon een leeg auditief gegeven als huls die inhoudelijks niets te zeggen heeft. Waar haal je dan nog je eer uit, en vooral waarom? Dat is eigenlijk een hele belangrijke vraag die wij onszelf heel vaak stellen; ‘Waarom? Waarom doen wij dit? Doen wij dit omdat het van ons verlangd wordt? Doen wij dit omdat het geld oplevert?’. In die gevallen is de keuze heel gemakkelijk gemaakt en doen we het niet.’

Is controle hebben, of het in de hand houden van de eigen wil en lotsbestemming, sowieso niet een belangrijk thema?

‘Zeker. We proberen inderdaad onszelf te bewaken in de zin dat we ons afvragen: ’Wat staat er allemaal te gebeuren? Wat klopt er, en wat klopt er niet?’ Wat niet past en niet klopt wordt van tafel geveegd en dan gaan we verder door met waar dat wel het geval is. Dat is altijd hoe we het gedaan hebben en tot op heden hebben we hierin nog geen verkeerde beslissingen genomen, wat ook wel weer tegen onze eigen verwachtingen in is eigenlijk (lacht). Maar het is vooral een mooi gegeven wel, zeker nu; hoe langer we bestaan, hoe meer ik de indruk heb dat we steeds meer de ruimte krijgen om het over onze inhoud te hebben en niet meer alleen over de uiterlijke schijn van het zijn van ‘die Vlaamse metalband’. Daar gaat het niet langer om, dat was het vehikel en de klei waar we mee werkten en het is veel meer dan dat. Een bewijs hiervoor is bijvoorbeeld het project dat we in samenwerking met De Brakke Grond gaan doen; een tentoonstelling van verschillende kunstwerken en gelijkgezinde muzikanten kunnen uitnodigen die op hun manier hetzelfde doen als wij, alleen dan in hun eigen vorm, maar wel in eenzelfde soort gemoedstoestand opereren.’

Deel 3: de waarachtige schoonheidsbeleving van de zielenpijn en haar genezende krachten

 

 '“I was walking among the fires of Hell, delighted with the enjoyments of Genius; which to Angels look like torment and insanity.”

 ― William Blake

September 27, 2019

Tekst: Steve Gröniger  //   Fotografieserie: Maarten Kinet

DE AANLOOP

Hierbij het derde deel, met deze keer beeld van ex-Amenra bassist en fotograaf Maarten Kinet.

HET LAM GODS

We zijn aanbeland bij deel drie, tevens slotstuk van deze interview- en fotoserie, maar allesbehalve een zwanenzang. Hoewel mentaal gesproken misschien wel voor de interviewer. Zoals eerder aangegeven: je verdiepen in de geest van Amenra is de confrontatie op een bepaald vlak met jezelf aangaan. Het is ergens beangstigend, spannend en bij vlagen zelfs een surrealistische gewaarwording, maar in de kern is het een waardevolle uitdaging gebleken. Maar goed, op naar deel drie van het gesprek met frontman Colin H. van Eeckhout en de volgende 20 jaar van het leven met Amenra.

Hoe is het om ineens de mogelijkheid te hebben om een 3-daags multidisciplinair programma te cureren in Paradiso en De Brakke Grond, en sowieso het gegeven op een punt te zijn dit te mogen doen?

‘Ja, dat is heel luxueus, eigenlijk. We wisten wel dat dit een mogelijkheid was, iets dat we konden bereiken en daardoor hebben we als band vanaf de beginjaren keihard gewerkt om op dit punt te kunnen komen. Inmiddels hebben sommige van ons ook een gezin en kinderen, dus is het heel waardevol om in een positie van luxe te zijn waarin je zelf je agenda en tijd kan bepalen. Het maakt het allemaal een stuk gemakkelijker om oprecht en eerlijker te zijn, omdat wat we niet doen wat geforceerd is. Er moet niets.´

Klopt mijn beeld dat die geschetste vrijheid met name te danken is aan hetgeen jullie hebben gedaan in de periode vanaf die intense sets op Roadburn 2016, het uitbrengen van Mass VI en de liveshow in Ancienne Belgique, waarbij het leek alsof jullie heel bewust waren van de kracht van jullie vleugels en buitengewoon ontketend leken?

We hebben het toen inderdaad naar een hoger niveau kunnen tillen dan voorheen. We hebben ook geluk gehad, eigenlijk. Geluk gehad dat de we een week lang ingesneeuwd in de Ardennen in de studio zaten opgesloten met elkaar en de sterren, planeten en dergelijke ons gunstig stonden. Ook in de tijd die we gebruikt hebben in de periode van het schrijven van de nieuwe plaat.´

Is het niet te gemakkelijk om van ‘geluk’ te spreken?

‘Ja, dat is wel zo. Het vergt natuurlijk ook het talent dat we door hard werken hebben kunnen ontwikkelen. We beheersen wat we doen steeds meer en meer;  we hebben meer inzicht in de kracht en de kwetsbaarheid er van. We zijn volwassener geworden, geëvolueerd en hebben in zekere zin meer controle. Daar zijn we heel dankbaar voor en we beseffen maar al te goed dat het een uitzonderlijk gegeven is.’

De aanleiding voor dit interview is natuurlijk hetgeen zich gaat afspelen in Amsterdam rondom het 20-jarig bestaan. In Paradiso wordt onder de noemer ‘The Building of the Free Church’ een avond met Lingua Ignota, Alcest, Year of the Cobra, Bossk en Treha Sektori georganiseerd. Hoe is dit driedaagse evenement tot stand gekomen?

‘We wilden sowieso vanwege ons 20-jarig bestaan iets speciaals gaan doen en een beetje meer inzicht geven aan die eerdergenoemde inhoud en wat wij nu eigenlijk zijn. Dat konden we door middel van een reeks aantal grotere events, bijna festivals, op te gaan zetten. Hier in Gent hebben we er één gehad, London hebben we gehad, nu komt Amsterdam eraan, dan volgt onze thuisbasis West-Vlaanderen en dan nog één in Parijs. We proberen dat allemaal zo goed als mogelijk in te vullen, maar het is ongelooflijk en waardevol dat we de mogelijkheid hebben gekregen om het te allemaal te mogen doen.’

‘Amsterdam is hierin sowieso een bijzondere: Paradiso heeft natuurlijk heel lang gefungeerd als kerk, en als vrije kerk* gevochten tegen de gevestigde orde van haar tijd. Zonder verder hoogdravend te willen klinken vond – en vind ik – dat wij dat op onze manier ook doen en hebben gedaan. Wij leven in een tijdperk waarin het secularisme hoogtij viert en ons niet langer een kerk of een spirituele thuishaven wordt aangereikt vanuit onze cultuur, we moeten hier zelf naar op zoek gaan. Met Amenra hebben we op onze manier hetzelfde proberen te doen; we gingen in tegen de gevestigde waarde van geforceerde dogma’s en regels, en de geforceerde religie van het katholicisme dat door de kerk in de dorpen hier opgedrongen werd. Daarom is het echt heel mooi dat ‘The Building of the Free Church’ in een gebouw als Paradiso kan plaatsvinden. Dat we hierbij vrienden van ons mogen uitnodigen, waarvoor wij veel waardering hebben als mens, en ook voor hetgeen wat zij doen heel veel respect hebben, is voor ons van veel betekenis en maakt het heel bijzonder. Daarbij is het ook waardevol om in De Brakke Grond eigenlijk uit het gelimiteerde van de muziek te treden met hedendaagse dans, een tentoonstelling en diverse performances.’

*De Vrije Gemeente is een van oorsprong modern-theologische geloofsgemeenschap, die in 1877 ontstond in Amsterdam toen de broers Ph. R. en P.H. Hugenholtz uit de Nederlandse Hervormde Kerk traden en een eigen gemeente begonnen. De Vrije Gemeente geniet enige bekendheid omdat de door haar gebouwde kerk nu in gebruik is als het cultureel centrum en poppodium Paradiso. Doordat de gebroeders Hugenholtz grote nadruk legden op de vrijheid van de geloofsbeleving wensten zij zich niet aan kerkelijke dogma’s te binden, die ook de genoemde kerken nog handhaafden. De Vrije Gemeente beschouwt zich momenteel als een universeel religieus-humanistische vereniging. Zij heeft grote belangstelling voor spiritualiteit en mystiek, en zoekt hierbij haar inspiratie uitdrukkelijk ook buiten de christelijke traditie. 

Daarover gesproken: vorig jaar deden jullie al de theatertour ‘This Kind of Bird Flies Backwards’ met choreografe Natalia Pieczuro, hoe is dat ooit tot stand gekomen?

‘Eigenlijk zoals er veel dingen bij ons tot stand komen; het gebeurt gewoon. Of dat nu is via een email, een gesprek na een show, iemand die je op straat tegenkomt, of een artiest waar wederzijdse appreciatie voor is: het gaat altijd om samenwerken. In het geval van Natalia vroeg ze of ze een nummer kon gebruiken in een voorstelling waar ze mee bezig was. Toen ben ik mij in haar werk gaan verdiepen en voelde er een diepere connectie mee. Toen dacht ik laat ik met haar afspreken zodat we een gesprek konden voeren en ik in haar ogen kon kijken om te zien wie zij als mens was. Vanuit daar kwam het plan om niet haar dat nummer te laten gebruiken, maar specifiek voor dat stuk muziek te gaan maken en zo is die samenwerking uiteindelijk gaan groeien. Het is ook een heel dankbaar gegeven om ineens in een andere artistieke wereld te mogen stappen en een andere taal te leren, dat is voor ons heel inspirerend allemaal.‘

Het overkomt je misschien, maar op een bepaalde manier is dan wat je doet eigenlijk ook weer een vorm van tegen de hokjesgeest van de gevestigde orde trappen.

‘Voila. Het is dat we iets universeels aanraken en hiermee mensen samen kunnen brengen die in de eerste instantie niet van elkaar verwachten een connectie te hebben. In de culturele centra en theaters waar we een dansvoorstelling hebben of een akoestische show met Amenra doen, zit dan bijvoorbeeld een 65-jarige gepensioneerde boekhoudster naast een metalhead, en een student of iets dergelijks. Die zitten daar dan met eenzelfde soort doel. Hun hart is met elkaar verbonden op dat moment, zonder dat ze dat eerder konden beseffen als ze elkaar kruisten op straat bijvoorbeeld. Ik vind dat heel magisch, en mooi vooral ook dat we hier aan kunnen bijdragen.‘

Een andere naam die opvalt op het affiche, en waar het afgelopen jaar nogal wat om te doen is geweest met haar album en shows, is Lingua Ignota. Hoe hebben jullie haar naar Amsterdam kunnen halen?

‘Dat is inmiddels een goede vriendin van ons. We hebben haar ooit ontmoet in Finland tijdens een tour en we wisten toen wel dat er wat fuss om haar persoon was, maar meestal hebben wij wel een aversie voor een hype of zo, dus neem je eigenlijk een meer afwachtende houding aan. We hebben toen samen gespeeld tijdens haar eerste Europese show in Helsinki en hadden toen gepland om haar mee te nemen op tour. In zekere zin ook om te kijken wie er achter deze persoon schuilde en hoe oprecht het was. We hebben toen kennis gemaakt en het was heel eerlijk en oprecht, en hebben vervolgens een kleine tour door Duitsland gedaan waar zij voor ons opende en we kwamen erachter dat ze heel veel overlap heeft met hetgeen wat wij doen; ze vertelt een oprecht verhaal vanuit een zekere noodzaak. Een voorbeeld is dat ze een show had die naar haar gevoel in het geheel niet was wat het zijn moest en daarvan helemaal kapot was. Je zag hierin hoe ze zichzelf had teleurgesteld en welk belang ze hechtte aan haar moment op dat podium.

Ik herkende hierin dezelfde mate van zelfkritiek die wij ook ervaren en je waardeloos voelen na een voor je gevoel ‘slechte’ show. Iets wat waar het publiek vaak nog geeneens wat van heeft gemerkt, maar dat een gevoel van falen en niet goed genoeg te zijn geweest je compleet beheerst. Daar viel ten opzichte van haar bij mij het muntje en dacht ik ‘shit, dit is echt’. Daarnaast is ze een innoverende musicus die een breed spectrum van emoties bewandelt. In haar muziek schreeuwt eenzelfde soort kracht als die in Amenra zit, die ons bijna onoverwinnelijk maakt, en tegelijkertijd ook het extreem kwetsbare en breekbare dat wij ook hebben. We zijn niet vol van onszelf, of zeker van onszelf en we vinden niet dat we de interessantste mensen op deze aarde zijn bij wijze van spreken, en zij draagt datzelfde in zich. Het is denk ik voor het eerst in tien jaar dat muziek zo mijn aandacht trok en mij bij de les hield en raakte.’

Mijn buurman zei wel eens tegen mij ‘soms is de ziekte dragen beter dan de genezing’. Zit er in die zin ook meer oprechte waarde in het gegeven ‘gedeelde smart is halve smart’?

‘Zeker. Je draagt elkaars lijden op een bepaalde manier. En als je een connectie hebt met een mede-artiest of kunstenaar dan kun je elkaar juist versterken in bijvoorbeeld artistiek opzicht, maar ook als mens. In haar geval wordt een verhaal breder verteld en zij is in ieder geval een artiest die nogal wat teweeg gaat brengen de komende tijd en evenals wij het volledig doet op haar eigen manier en zich niet laat leiden door anderen.

‘Hetzelfde geldt voor Broeder Dieleman, die ook muziek maakt die intrinsiek en oprecht vanuit een goede plaats in hart komt.’

Die ook niet het meest gemakkelijke pad bewandelt als je het hebt over het zingen in het Zeeuw-Vlaams bijvoorbeeld en zijn eigen weg kiest en toch het vermogen heeft om boven het maaiveld uit te steken.

‘Met Broeder Dieleman is het in mijn opinie zelfs zo dat wanneer je Tonnie op een podium in Berlijn zou laten spelen mensen alsnog gaan snappen wat hij doet, ondanks dat ze niet dezelfde letterlijke taal spreken. Gevoelsmatig weet je welke boodschap hij uitdraagt, en dat vind ik ongelooflijk intrigerend en heel mooi. Bepaalde nummers van hem heb ik naar alle waarschijnlijkheid wel een miljoen keer gedraaid en ik ben er echt ongelooflijk blij mee dat we dit soort mensen op het programma staan. Het zijn stuk voor stuk mensen die eigenlijk uit noodzaak muziek maken en geen compromissen sluiten. Tonnie zou bij wijze van spreken in het Engels kunnen gaan zingen en zijn markt vergroten, maar daar gaat het dus niet om. Het blijft oprecht, zijn verhaal en op de manier dat hij voorbestemd is om het te doen. Daar heb ik enorm veel respect voor.’

Om dan af te sluiten zoals we begonnen zijn, namelijk met een klote vraag: is er nog iets dat je per se kwijt wil?

‘Nee, dat is geen klote vraag hoor, maar wel een moeilijke. Het was mijn ei kwijt te kunnen door muziek. Ik hoop dat mensen bereid zijn om in dit avontuur met ons te stappen en gebeten zijn door een zekere nieuwsgierigheid om wat er gaat plaatsvinden in Amsterdam te ondervinden. En dat ze in het ongewisse durven te stappen om te proberen te proeven wat er leeft in de wereld. Dat ze los van genre en muziekstijl zonder oogkleppen de wereld durven in te duiken.’

Einde, en tot Amenra.

Met tot slot mijn persoonlijk grote dank aan de medewerking, hulp en/of geestelijke ondersteuning van; Colin van Eeckhout, Amenra, Ingmar Griffioen, Maaike Ronhaar, Jeroen Mylle, Maarten Kinet, NMTH, Lester Bangs, William Blake, Alan Watts, Paradiso, De Brakke Grond en U, de lezer.

“Geen tragedie, maar komedie”

A Rawkward Review

20 jaar Amenra: Broederschap van bezieling bouwt vrije kerk op naar een alles ontketende catharsis extremus 

October 2, 2019


Tekst: Steve Gröniger  //   Fotografieserie: Maaike Ronhaar

Voor de trouwe lezer van dit platform mocht niet ontgaan zijn dat de afgelopen week in het teken stond van het twintigjarig jubileum van Amenra. Na een interviewdrieluik (lees: deel 1, deel 2 & en deel 3) met frontman Colin H. van Eeckhout vond dit weekend in Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond en Paradiso de uitgebreide viering ervan plaats. In De Brakke Grond werd er uitgebreid  en dieper ingegaan op het artistieke spectrum van Amenra met exposities, performances, muziek en gesprekken. De Paradiso werd de zaterdagavond ingericht als ‘The Building of The Free Church’, waarbij naast de band zelf Lingua Ignota, Alcest, Threha Sektori, Bossk & Year of the Cobra het affiche sierden. Dit is een getuigenverslag vanuit een weerbarstige herfstdag in Mokum.

“Our torments also may in length of time
Become our Elements.”

― John Milton

INTRO
De afgelopen weken mocht ik mij volledig verliezen in de wereld van Amenra, waarvan uiteindelijk op voorhand gesproken de zaterdagavond in Paradiso de apotheose moest gaan vormen. In aanvang van het in woorden proberen te vatten van hetgeen zich heeft afgespeeld, overheerst er nu toch onmiskenbaar een gevoel van leegte en bedroefdheid. Het direct in contact zijn met de geest van Amenra zal na dit – voorlopig – laatste relaas uit mijn pen wat betreft dit onderwerp aan intensiteit een significant stuk minder zijn. Langs alle opgedane ervaringen, indrukken en het nu aanbelanden in het verwerkingsproces van het geheel, kan ik niet onderkennen dat na alle weldaad het nu toch voelt als een zwart gat. Ik wil niet zeggen dat het een definiërend moment is in mijn leven, maar dat het nogal een belevenis was moge duidelijk zijn. Waarbij ik, voordat we over gaan tot de orde van de dag, ook wil duidelijk maken dat het vooral een waardevolle eer was om te mogen doen en de geleerde lessen nog lang na zullen dreunen in mijn gedachten. Dit Amenra-verhaal is een waanzinnig hoofdstuk in het ongemakkelijke leven van een onbeholpen stukjes tikkende kluizenaar.

PROLOOG: Chaos Reigns

Na een korte nacht vanwege de nogal lakse houding die de Nederlandse Spoorwegen heeft aangaande storingen, de berichtgeving hiervan en het gebrek aan capaciteit om daarover helder en oplossingsgericht te communiceren, kan ik na een paar uur half slaapdronken wéér de trein in stappen. De bestemming is Amsterdamse met als doel om op tijd te geraken bij de soundcheck van Amenra… Wat dus niet lukt, want de NS heeft geen ene fuck met u en uw beoogde planning te maken, zeker niet als er iets van het najaarsweer aan de gang is. 

Het is moeilijk te omschrijven, maar in mijn beleving is Amsterdam altijd op zijn mooist, wanneer het najaar over de stad is gevallen. Met name in de avonduren zijn de avonturen vaker memorabel doordat een samenspel tussen straatverlichting en de vallende regen een veel meer sereen karakter geven aan de straten en gevels. Bijkomend voordeel van het najaar is ook de helft minder toeristen en ander volk op straat. Maar goed, doet er verder niet toe. 

ARRIVÉ
Als ik aan de overzijde van Paradiso nog even het gebouw gade sla en een sigaret opsteek, begint het besef binnen te dringen dat daar in dat historische gebouw vandaag dingen gaan gebeuren waar evenals ik vele mensen reikhalzend naar hebben uitgekeken.  Ik laat daarom vanaf dat moment alle chaos los laat de dag zijn voor wat ze is. Bij het betreden van de grote zaal blijkt de band gelukkig nog net in de staart van de soundcheck te zitten. Ik word door de visuals en het bak aan geluid meteen weer met beide voeten de grond in geramd: ‘Godverdomme, we gaan echt Amenra doen vandaag…’

DE BEELDENSTORM
Na een buitengewoon plezierig gesprek met Colin over het interview dat we de dag ervoor hadden in De Brakke Grond plus de bedankingen over en weer, besluiten fotografe Maron Stills en ik om  de expositie ‘de Beeldenstorm’ in De Brakke Grond te gaan bezoeken. Eenmaal aangekomen in de expositieruimte is meteen duidelijk dat het meer dan de moeite waard is om een overvolle tram in te schieten tijdens een stortbui. Het meest opvallende gevoel dat zich van mij meester maakt tijdens het opnemen van de verschillende werken, is die van rust en sereniteit op de innerlijke gemoedstoestand. Het wat, waarom, hoe en alle andere overdenkende gewauwel, laat ik verder voor mijzelf. Het is alleen wel een oprecht fijne, bekant magische, gewaarwording. 

Amenra frontman Colin H. Van Eeckhout stelde een tentoonstelling samen met werken van verschillende kunstenaars die zich laten inspireren door dezelfde thematieken als de band Amenra, en elkaar wederzijds inspireren. Met werk van onder andere Tine Guns, Stefaan Temmerman, Maarten Kinet, Colin H. Van Eeckhout, Aline Gorsen, Kristoffer John Mondy, Christophe Mencke, Philipe Lantoine, Dehn Sora, Arjen Kunnen, Tom Claus en Anaïs Chabeur.

THE BUILDING OF THE FREE CHURCH
Normaal gesproken is mijn teneur als verslaggevende muzieksjaak er een van het in alle rust ondergaan van een optreden en vanuit dat perspectief een onbeholpen stuk te schrijven naar het beste van mijn vermogen. Dat loopt in dit geval anders dan gepland. In de route die ik loop vanuit de backstage naar de zaal, kom ik een onnoemlijke veelheid aan bekenden tegen. Ik vraag me ineens af of ik eigenlijk wel de kluizenaar ben die ik mezelf voorhoud? Of ben ik ineens toch een gast die rijk is aan een netwerk van semi-sociale contacten? Of is mijn leven gaandeweg inmiddels verrijkt met gelijkgestemden en zijn die hier ineens ook allen tezamen? Fuck it. Het is wat het is en voor de rest zorgen voor morgen. Allereerst is het tijd voor Lingua Ignota. De dame waar ik mij emotioneel op heb voorbereid of in alle naïviteit dacht te kunnen doen…

LINGUA IGNOTA
In een recensie van haar album CALIGULA, gaf ik al eens aan dat mij het vermogen ontbrak om woorden te verzinnen die haar muziek in het geheel recht zouden kunnen doen. In de middag slaat de bewustmakende paniek al om het hart wanneer ik haar buiten Paradiso aantref. In al mijn ongemakkelijkheid doe ik alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat zij hier staat, maar fucking hell… Wederom bekruipt mij het gevoel dat naast het overkoepelende gevoel dat deze stad mijn ‘Eleanor’ is, deze dag in al zijn weldadigheid misschien wel mijn schrijverswaterloo gaat zijn. Er is namelijk maar zoveel dat je aankunt in het leven, is de algemene aanvaarde tendens, toch?

Ik kan lang van stof zijn. Dat is wel duidelijk. In dit geval kan ik niet anders dan het beperkt houden, omdat ik wederom niet het vermogen heb om dit gedegen en op waarde te kunnen beschrijven. Het is van pure pijnlijke schoonheid die op een nietsontziende manier confronteert. Als een empathische rollercoaster gaat ze dwars door je sodemieter en dat is eigenlijk met geen pen te beschrijven. Het enige anker dat ik in gedachten vind en waar ik mij aan in alle macht aan vastgrijp, is de herinnering aan een performance van Diamanda Galás. De ervaring die ik opdeed tijdens dat optreden, hield mij voor lange tijd op de been. Ik raak alleen uit het lood geslagen door de bloedeerlijkheid en de overtuigingen die in dergelijke optredens liggen. Hier is geen vooropgesteld plan of zelf begrenzende mindset tegen opgewassen. Ik kan verder wat diepgravende gedachtegangen opschrijven over de zelfkastijding met de verlichtingslampen die ze pleegt en daar ver gezochte metaforen over gaan ophoesten, maar iedere poging daartoe is een oefening in totale onbeholpenheid in het proberen te vangen in woorden wat niet mogelijk is. Je kan het alleen maar beleven. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan voor wat het verder waard is, maar in alle beladenheid is dat de meest eerlijke conclusie. Haar na afloop van het optreden ontmoeten en haar in al mijn onbeholpenheid persoonlijk kunnen bedanken, levert een groot aandeel in mijn verwerkingsproces van van alles en nog wat. Mijn hemel, wat was dit een extreme beleving in al zijn meest pijnlijke schoonheden in uitvoering en vervoering gebracht. Ik ben even weg… 

ALCEST
Oiseaux de proie, oftewel roofvogels, afkomstig van het in 2016 verschenen album Komodo, is het nummer dat compleet bezit van mijn gemoedstoestand nam op het moment dat ik op een bepaald moment iets gedaan moest krijgen. Het gaf mij kracht om confrontaties aan te gaan door de sonische dynamiek van het laveren tussen ademen en vol gas geven, vergelijkbaar met een roofdier die een aanval op zijn prooi aan het anticiperen is. Of de band vanavond in Paradiso net zo indrukwekkend partij geeft als onlangs in de grotten van Prophecy Fest, zal voor de overlevering zijn. Toch is dit optreden, ondanks het gebrek aan materiaal van het nieuwe album, er toch juist vooral één die de overlevering waard zal zijn. Natuurlijk zijn publiekslievelingen Autre Temps en Là Où Naissent Les Couleurs Nouvelles van het niveau inlijsten waard en is niet te miskennen dat ze in opzienbarend zin de melancholie en emoties van deze avond op hun manier dragen. De band kan op bijval rekenen van het publiek dat zichtbaar in alle enthousiasme meegaat in hetgeen te band te bieden heeft. Met het gewicht van een beladen avond als deze je eigen show kunnen brengen, die allesbehalve enige vorm van tekort doet in deze, is het uitbundige applaus achteraf meer dan waard. Even slikken en weer doorgaan…

AMENRA


Oké, dit is de apotheose. Dit is het moment. Dit is de reden van de hele opmars van dit artikel. Dit is het moment van het de volledigheid van het causaal verband. Dit is Amenra…
Dit is… niet te doen.

“It seems like a lifetime, or at least a Main Era—the kind of peak that never comes again.

Maybe it meant something. Maybe not, in the long run . . . but no explanation, no mix of words or music or memories can touch that sense of knowing that you were there and alive in that corner of time and the world. Whatever it meant. . . .

History is hard to know, because of all the hired bullshit, but even without being sure of “history” it seems entirely reasonable to think that every now and then the energy of a whole generation comes to a head in a long fine flash, for reasons that nobody really understands at the time—and which never explain, in retrospect, what actually happened.        

There was a fantastic universal sense that whatever we were doing was right, that we were winning…

And that, I think, was the handle—that sense of inevitable victory over the forces of Old and Evil. Not in any mean or military sense; we didn’t need that. Our energy would simply prevail. There was no point in fighting—on our side or theirs. We had all the momentum; we were riding the crest of a high and beautiful wave. . . .” – Hunter S. Thompson.

In alle oprechtheid rest mij niets anders dan in alle onmacht te leunen op de gericht verkozen verwoording van de heer Thompson, die in het gevoel en de beleving als beschouwer het meest magistraal kan verwoorden. Ik kan het natuurlijk hebben over de opkomst, de nummers die gespeeld worden en de alles overmannende energie die daarin meedogenloos is. Het wordt en kan nooit meer beter worden dan dit. Het is niet wat je hoopte te verwachten, het is veel meer dan je verwachtingen eigenlijk aan zouden kunnen. Om dat op deze korte termijn quasi-informerend te beschrijven is godsonmogelijk, maar vooral een goede oefening in valse bescheidenheid. Eenieder die getuige was van dit fenomeen in Paradiso zal beseffen dat er geen groter onrecht aan de ervaring zou kunnen worden gedaan. Dus laten we de ervaring op zichzelf bestaan. 

Grote woorden voor nu, misschien, maar verslagen woorden zijn het vooral. Eigenlijk dekt de titel bovenaan het artikel de lading wel en wordt wordt het gewoon niet beter. Maar goed, dat roepen we eigenlijk inmiddels na iedere Amenra beleving. Voor nu is het even verzwelgen in het grote zwarte gat dat voor nu voor ons valt…’

Rawk on,

Rawkward Steve